Regenwormen lijden onder blootstelling aan kunstmatige nanodeeltjes die in de bodem terechtkomen

Persbericht

Effecten van nanodeeltjes op bodemleven blootgelegd

Gepubliceerd op
29 januari 2013
Door
Alterra Wageningen UR, Wageningen University

Nanotechnologie is een oplossing voor veel problemen. Maar deze technologie brengt ook risico’s met zich mee voor mens en milieu. In een promotie-onderzoek, uitgevoerd bij Alterra Wageningen UR en Wageningen University, bracht promovenda Merel van der Ploeg de effecten van nanodeeltjes op het bodemleven in kaart. Voorzichtigheid met deze technologie blijft geboden, zo blijkt.

Nanotechnologie is een snel groeiende technologie waarbij kleine, kunstmatige deeltjes (< 100 nm) worden gebruikt voor toepassingen in onder andere voedsel, sportartikelen, verzorgingsproducten en allerlei soorten apparatuur en computers. Zij dienen onder andere als ‘voertuig’ om medicijnen in het lichaam op de juiste plek (tot in cellen) te brengen, voor het ‘miniaturiseren’ van computerchips, voor waterzuiveringsfilters, en in voedsel, bijvoorbeeld om de textuur, de smaak of het ‘mondgevoel’ te verbeteren.

Gezien de grootschalige toepassing kunnen steeds meer van deze deeltjes in het milieu vrijkomen, waardoor organismen en de mens eraan worden blootgesteld. De reactiviteit en persistentie van nanodeeltjes geven daarbij reden tot zorg. Over de gevaren ervan is echter nog onvoldoende bekend. “Om de risico’s van nanotechnologie voor het milieu beter in kaart te brengen, heb ik onderzoek gedaan naar de effecten van nanodeeltjes op regenwormen,” zegt Merel van der Ploeg, die op 30 januari op dit onderzoek promoveert. “Regenwormen zijn namelijk goede indicatoren voor de kwaliteit van het bodemleven.”

Van der Ploeg onderzocht onder andere het effect van koolstofnanodeeltjes C60 op regenwormen. Hieruit bleek dat blootstelling aan deze nanodeeltjes ernstige gevolgen kan hebben voor populaties regenwormen (lagere voortplanting en groeisnelheid, hogere sterfte), en dat met name jonge wormen gevoelig voor de nanodeeltjes zijn. Van der Ploeg: “Ook constateerde ik dat het huidweefsel en de darmwand beschadigd waren, wat vaak samen ging met beschadigingen aan de onderliggende spieren. Maar waar weefselschade over het algemeen gepaard gaat met ontstekingen, heb ik dit bij de regenwormen niet waargenomen. Er leek sprake te zijn van een onderdrukking van het immuunsysteem.” Soortgelijke resultaten behaalde Merel bij blootstelling van regenwormen aan zilver-nanodeeltjes (AgNP).

Nanotechnologie heeft een grote potentie om bij te dragen aan oplossingen van maatschappelijk problemen. “Maar,” waarschuwt Nico van den Brink, co-promotor en wetenschappelijk onderzoeker bij Alterra, “zonder een goede inschatting van mogelijk negatieve gevolgen voor de gezondheid van mens en milieu, zou de maatschappelijke acceptatie van deze nieuwe technologie kunnen tegenvallen. Het onderzoek van Merel draagt bij aan het onderbouwen van de afweging van de risico’s voor het milieu.”