Blogpost

BLOG - Affaire paardenvlees: het ene vlees is het andere niet

article_published_on_label
21 februari 2013

De huidige commotie over paardenvlees gaat niet alleen over het simpele gegeven dat de firma List & Bedrog paardenvlees in etenswaren heeft gestopt zonder dat op de verpakking te vermelden. Meer subtiele en subjectieve zaken worden gemakkelijk vergeten.

Het gaat hier om de kwestie wat nu eigenlijk maakt dat consumenten het niet prettig vinden om paardenvlees te eten terwijl dergelijke afkeer niet wordt ervaren als het om rundvlees gaat. Aan de smaak ligt het kennelijk niet – de zwendel met paardenvlees is niet aan het licht gebracht door consumenten die hun vinger opstaken omdat ze geen rundvlees proefden.

Mensen zijn weliswaar omnivoren, maar daarmee eten we nog niet zomaar alles. Het ene vlees is het andere niet. Op basis waarvan besluiten mensen welke dieren ze wel wensen te eten en welk vlees ze wensen te mijden? Zonder dat definitieve antwoorden zijn te geven, inspireert het artikel ‘Too close to home: factors predicting meat avoidance’ (Appetite, 2012) van de Canadese psychologen Matthew Ruby en Steven Heine tot het maken van een aantal beginopmerkingen.

Walging is een belangrijke waakhond over wat we wensen te verorberen. Dit geldt zeker ook voor vlees. Maar waar komt walging vandaan? Om te beginnen heeft het te maken met karakteristieken van het dier in kwestie.

Walging lijkt zich gemakkelijker te ontwikkelen als dieren ‘vermenselijkt’ worden. Naarmate dieren meer verstandelijke en emotionele complexiteit wordt toegedicht door mensen, ontstaat meer moreel ongemak om die dieren te consumeren. Wie een dier als intelligent beschouwt of als een mooie verschijning kwalificeert, bemoeilijkt het idee dat het van goede smaak getuigt dit dier ook op het bord te hebben. In reactie hierop wordt de (morele) status van geconsumeerde dieren wel verkleind. Anders gezegd, het dier wordt ‘verdinglijkt’. Als een dier tot ding wordt gereduceerd, reduceert dit de walging waardoor het eten van het dier vergemakkelijkt wordt. Daarom ook dat het aanbod van vlees in keurig verpakte en voorgesneden stukjes de afstand tot het dier als grondstof vergroot en daarmee walging de wind uit de zeilen neemt.

Aaibaarheid en eetbaarheid zijn vaak elkaars tegengestelde. Ons taboe op het eten van geliefde huisdieren als honden en katten of op het ons zetten aan een bordje muis of mier, leveren voorbeelden. Maar er is geen eenduidigheid. Want wat is bijvoorbeeld schattiger dan een lammetje en lekkerder dan een lamsrack? Waarom eten we met graagte ‘onmenselijke’ dieren als mosselen of oesters, terwijl we gruwelen bij de gedachte aan het eten van insecten?

Raadselachtige tegenstrijdigheden – die voor eten zo kenmerkend zijn.

Een tweede startpunt om de hunkering naar het ene stukje vlees en de walging die ander vlees ten deel valt te helpen ontraadselen, is sociale invloed. Dat het eten van paard voor veel Britten not done is heeft niet alleen te maken met het paard als gracieuze verschijning op vier benen dat te edel is om te consumeren. Naast de perceptie van karakteristieken van het dier wordt de weerzin tegen het eten van paardenvlees ook gevoed door de perceptie van het eindproduct: de eetbaarheid van dieren – paard in dit geval – wordt vergroot als de aanwezigheid van aangeboden vlees – van paarden in dit geval – groter en gewoner is. Een verklaringsfactor voor de verschillende perceptie van rund- en paardenvlees is de mate waarin beide worden aangeboden. Dat het kopen en eten van rundvlees de normaalste zaak van de wereld is weerspiegelt zich in het aanbod in de winkel. Het laatste cultiveert op zijn beurt de sociale norm weer, etc. De frequentie waarin wijzelf en de mensen in de eigen sociale omgeving een bepaald soort vlees consumeren is een factor van betekenis als het gaat om wat we acceptabel en appetijtelijk vinden om te eten.

Hoe minder we van een bepaald soort vlees eten en hoe ‘menswaardiger’ het dier, hoe groter de walging als een dergelijk soort vlees in ons eten terechtkomt. Behalve het bedrog dat heeft plaatsgevonden, helpt dit ons te begrijpen waarom er in Nederland en Engeland verontwaardiging is over de paardenvleesaffaire.