Nieuws

Oude graanrassen herleven in Nederlands Openluchtmuseum

article_published_on_label
18 maart 2024

Om genetische diversiteit te behouden moet je het gebruiken. Dat is de visie van Marcel van Silfhout, voortrekker van Stichting GraanGeluk. Voor behoud van oude granen geldt daarom: maak er brood en bier van. En precies dát zal dit jaar in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem worden gedaan, met granen uit de genenbank van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) van Wageningen University & Research.

Stichting GraanGeluk verbouwt historische graanrassen en gebruikt deze om brood, bier en andere producten van te maken. De stichting laat landrassen die vanouds in Nederland groeiden weer herleven.

Dit jaar heeft GraanGeluk vanuit het CGN oude granen verkregen om te herintroduceren in ons landschap. Om hier genoeg zaden van te krijgen om uiteindelijk brood mee te bakken zullen de eerste vermeerderingen van deze granen in kleine plotjes te bewonderen zijn in Arnhem. “In het Nederlands Openluchtmuseum komt het allemaal bij elkaar”, aldus Marcel. “Er is een molen om het graan te malen, een bakkerij en een brouwerij. Dit systeem kan weer worden hersteld; in een museum, maar dan wel in het echt.” Met een gebied waar al duizenden jaren aan granenteelt wordt gedaan en de raatakkers nog in het landschap zijn terug te vinden, had de locatie in Gelderland niet beter gekund.

Veluws kruiprogge

Dit is bijvoorbeeld al gelukt met het Veluwse Kruiprogge. Deze rogge werd na herontdekking door Wageningse plantkundige Anton Zeven op de Veluwezoom naar de Duitse genenbank gebracht, waar graanexpert Loek Hilgers ze ophaalde. Hilgers teelde de voorraad op tot 27 kilo Veluws Kruiprogge en gaf die voorraad aan Marcel van Silfhout, die het zaad weer herintroduceerde op de Veluwezoom, op het Westbergveld in Wageningen. Na zorgvuldige vermeerderingen was er in twee teeltseizoenen weer genoeg koren verkregen om in 2019 het eerste brood en bier te maken.

Op verschillende locaties wordt deze bijzondere rogge nu geteeld, waaronder in het Openluchtmuseum in Arnhem, mede met dank aan hovenier Michaèl Brandt. Hier zal het worden geteeld als de Eeuwige Roggeteelt: een oude teeltmethode waarbij er vroeg wordt gezaaid en de rogge op twee momenten door schapen kan worden begraasd. Hierdoor gaat de plant uitstoelen of ‘kruipen’, zoals ze dat vroeger noemden.

Van een paar zaadjes naar kilo’s

Maar niet alleen het Veluwse Kruiprogge kan dit jaar worden bewonderd in het Nederlands Openluchtmuseum. Ook het Grijs Brabants zandboekweit is één van de pronkstukken. De vermeerdering hiervan ging moeizaam. De Franse silene was in het zaaizaad gekomen en bleek de boekweit te beconcurreren. Door met de hand de Grijs Brabantse boekweit te oogsten, kon er weer een zuivere zaadoogst komen voor de instandhouding van dit oud-Nederlandse ras.

Waarom is het behoud van historische graanrassen belangrijk?

Al zo’n 7000 jaar vormen granen een essentieel onderdeel van de Nederlandse landbouw. Vanuit de Vruchtbare Halvemaan (de bakermat van de landbouw in het Midden-Oosten) vonden gewassen zoals emmer, eenkoorn, gerst en tarwe hun weg naar Nederland. Hier werden ze op de lössgronden in Limburg geteeld, waarna ze zich verder verspreidden door heel Nederland. In de loop van de tijd pasten de granen zich aan de lokale omstandigheden aan, waardoor landrassen ontstonden. Deze adaptaties leidden tot een schat van genetische diversiteit in de granen die onze voorouders teelden.

Begin twintigste eeuw waren deze landrassen echter grotendeels vervangen door moderne hybriden. Die leverden hogere oogsten op, maar de diversiteit ging drastisch omlaag. In een tijdperk waarin klimaatverandering ons voor nieuwe uitdagingen stelt, is deze genetische diversiteit essentieel voor behoud en ontwikkeling van veerkrachtige gewassen.

Bewaren én gebruiken

Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) bewaart de zaden van ruim 23.000 rassen en wilde populaties in de vriezer, waaronder oude graanrassen. Deze zijn beschikbaar voor gebruik in onderzoek, veredeling en educatieve doeleinden. Op deze manier wordt genetische diversiteit bewaard en kan het worden ingezet voor het ontwikkelen van weerbare nieuwe gewassen, en ter bewustwording van het belang van oude rassen.

Door initiatieven zoals die van GraanGeluk kan het CGN ervoor zorgen dat we onze rijke geschiedenis aan rassen niet verliezen. We kunnen nu proeven van wat er in vroeger tijden op onze akkers werd geteeld. Benieuwd naar meer informatie over oude granen en andere gewassen? Bezoek de erfgoedrassenwebsite (www.erfgoedrassen.nl), waar verhalen staan over historische graanrassen en groenterassen die bij opa en oma in de moestuin stonden.