Nieuws

Impact van CO2 op chrysantenteelt in kaart gebracht

article_published_on_label
29 november 2023

Een gewasmodel simuleert de fotosynthese, groei en ontwikkeling van een gewas. Zo’n model kan door telers worden gebruikt om hun teelt te voorspellen. Het mechanistische gewasmodel van Wageningen University & Research, INTKAM, omvat veel gewassen en bevat sinds kort een nieuwe versie voor chrysant.

Hiervoor heeft het team Fysiologie & Productkwaliteit van de Business Unit Glastuinbouw en Bloembollen van Wageningen University & Research vorig jaar een methode ontwikkeld om het effect van CO2 op de continue, jaarronde chrysantenteelt te onderzoeken.

Per gewas een nieuw model

Ieder gewas reageert anders op licht, temperatuur en CO2. Daarom moet voor elk gewas een nieuw gewasmodel worden ontwikkeld. Zo’n model kan dan naast de klimaatcomputer van de teler worden gebruikt. Hierdoor kan de teler de juiste teeltbeslissingen nemen voor de gewenste groei van het gewas.

Gewasmodel voor chrysanten

Het ontwikkelen van een gewasmodel voor chrysant is complex. In kassen groeien chrysanten van verschillende ‘leeftijden’. Dit heeft te maken met het feit dat het chrysantengewas een korte teeltcyclus kent (circa 70 dagen) en slechts één keer geoogst kan worden. Na de oogst start de teler een nieuwe cyclus op dezelfde plek. Dit gebeurt voortdurend, zodat er ook altijd chrysanten geoogst kunnen worden.

De hoeveelheid CO2 die een individuele chrysant nodig heeft, verschilt van week tot week. Een jonge chrysant heeft bijvoorbeeld andere behoeften en heeft een andere invloed op het kasklimaat dan een oudere bloem. Ze staan echter in dezelfde kas. Bij de implementatie van het model is met dit gemengde teeltsysteem rekening gehouden. Voor deze berekening heeft WUR gebruikgemaakt van gegevens uit teeltstudies en wetenschappelijke literatuur. Dit resulteerde in simulaties van de groei van chrysanten, gevalideerd met een echte teelt.

WUR werkt nu aan het verder verbeteren en uitbreiden van het INTKAM-gewasmodel. Dit onderzoek werd gefinancierd door het onderzoeksprogramma Kas als Energiebron.