Blogpost

BLOG - Duurzaamheidsduwers

article_published_on_label
11 juni 2013

Het LEI is van vele markten thuis. Zo verscheen maart jl. een kort LEI-rapport waarin de vraag was hoe de baasjes van honden en katten dachten over biologisch voer voor hun geliefde viervoeters. Hoe verknocht men ook is aan de blaffende en miauwende huisgenoten en hoezeer men ook hecht aan de kwaliteit van het eten dat ze wordt voorgezet, voor de meesten is het een stap te ver om biologisch honden- en kattenvoer te kopen. De hond of kat hoeft dus niet per se aan het biovoer.

De Utrechtse onderzoeker Esther Plantinga liet onlangs in haar bijdrage aan de lezingenreeks Framing Food weten dat baasjes en honden gelijkenis vertonen. De honden van mensen met overgewicht zijn vaak ook te zwaar. De in het straatbeeld soms opvallende mimesis van baasjes en hun honden heeft dus kennelijk wetenschappelijke basis. Wanneer het eigen eet- en snackgedrag zich weerspiegelt in dat van het huisdier, dan schuilt er logica in de matige belangstelling voor biologisch huisdiervoer doordat de meeste baasjes zelf ook maar mondjesmaat biologisch zullen consumeren.

Voegen we deze wijsheden bij de uitkomsten van de Monitor Duurzaam Voedsel 2013, dan biedt dat hoop voor de verduurzaming van het diervoerschap. De data, die LEI-collega Johan Bakker opnieuw verzameld heeft voor deze Monitor Duurzaam Voedsel, laten zien dat duurzaam voedsel wederom het afgelopen jaar in de lift zit. De economische recessie roept de verkoop van duurzaam eten geen halt toe, zo blijkt, terwijl de markt voor gangbaar voedsel wel krimp vertoont.

Consumenten laten het dus niet afweten. Ze zijn wel degelijk tot de bondgenoten van duurzaamheid te rekenen. Toch betekent dit weer niet dat consumenten per se de grote duurzaamheidsduwers zijn. Ik herhaal mezelf graag op het punt dat het unfair en onrealistisch is om vraagsturing en ketenomkering te interpreteren als dat consumenten het voor het zeggen hebben en verantwoordelijk zijn voor de verduurzaming van de voedingsmarkt. Bij een dergelijke vertaling blijft buiten beschouwing dat de keuzes van consumenten in hoge mate omgevingsafhankelijk zijn. Consumenten oproepen tot het kopen van duurzaam eten is een loze kreet en gedoemd op frustratie uit te lopen – over duurzaamheid in het algemeen en consumenten in het bijzonder – als gedragsverandering wordt ontkoppeld van een enabling environment.

Diverse duurzaamheidsduwers zijn nodig bij het creëren en cultiveren van een enabling environment dat ruimhartig voorziet in aanbod van duurzame etenswaren en deze ‘etenswaardigheid’ geeft; van faciliterende omstandigheden die de duurzame voedselkeuze de gemakkelijke en vanzelfsprekende keuze helpen maken.

Om te beginnen zijn er de insiders in de voedingswereld. Duurzaamheidsduwers zijn al in vele soorten en maten actief. Op corporate niveau zijn duurzaamheidsmanagers vaak nog schaars – Unilever is een belangrijke uitzondering op deze regel. Naast Unilever mogen de snel opkomende social enterprises, die maatschappelijke winst centraal in hun missie hebben staan, gelden als lichtende voorbeelden en bronnen van inspiratie voor de agro en foodsector.

Verder zijn er behalve outsiders als opiniemakers, journalisten of politici, die gerekend mogen worden tot de – potentieel – belangrijke en bekende duurzaamheidsduwers, ook meer onverwachte buitenstaanders. Ik doel hier op, vooralsnog voornamelijk achter de schermen opererende, kapitaalverstrekkers. Onder de noemer van wat ik fatsoenlijk financieren zou willen noemen, (voor)zie ik de beweging onder investerings- en pensioenfondsen, zoals de PGGM’s en ABP’s van deze wereld, om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieuzer vorm en inhoud te geven en daar transparanter over te zijn. Dit past in een trend waarin het bijdetijds is in plaats van wereldvreemd als je zegt dat groen en verantwoord investeren en beleggen niet aan de ASN en Triodos banken van deze wereld is voorbehouden. En als we de Bill Gates Foundation als trendsetter zien, dan gloort er een toekomst waarin financiële bolwerken echte en expliciete duurzaamheidsduwers zijn. Dat zal duurzaam een enorme push geven.